Drie boeken om te lezen in tijden van Covid-19

Nu door het Corona-virus enkele Noord-Italiaanse steden van de buitenwereld zijn afgesloten, is het tijd om klassieke quarantaine-romans te (her)lezen. Natuurlijk zou ik met Boccaccio’s Decamerone kunnen beginnen, maar die is zo dik dat ik hem bewaar voor het geval ik zelf mijn huis niet meer uit kan. De tien dagen waarin Boccaccio drie mannen en zeven vrouwen – die de pestepidemie in Florence van 1348 zijn ontvlucht – elkaar op een buitenplaats honderd novellen laat vertellen, waarin alle aspecten van het leven voorbijkomen, geven je de kracht om daarna elk virus te weerstaan.

Nee, in deze onrustige dagen denk ik eerst aan het kortere werk. Daarom blader ik door La Peste (1947) van Albert Camus, dat zich afspeelt in het Noord-Afrikaanse Oran, waar een pestepidemie de bevolking in haar greep krijgt. Als de stad op slot gaat, breekt er paniek uit. Ook vallen er doden. Maar bijzonder is dat iedereen, rijk of arm, goed of slecht, door die epidemie ineens elkaars gelijke wordt. De pest maakt nu eenmaal geen onderscheid. En dokter Rieux blijft een onvergetelijke held.

Camus beoogde meer met zijn quarantaine-roman. Zo wilde hij laten zien wat er met mensen gebeurt in een crisissituatie, waarin van bovenaf een terreurregime wordt opgelegd. Ongetwijfeld had hij daarbij het nationaal-socialisme in gedachten, dat een paar jaar eerder verslagen was. Ook zal de anti-communist Camus Stalin voor ogen hebben gehad. De dreiging van het communisme was in het Europa van de eerste jaren na de oorlog tenslotte groot.

Ik begin ook in José Saramago’s De stad der blinden (1995). Hier is de pest vervangen door een ziekte waarin iedereen ineens niets meer kan zien, behalve een melkwit waas. Saramago kent zijn klassiekers. Op een oogarts en zijn vrouw na, komt Camus’ goede mens in deze roman amper voor. In De stad der blinden is het ieder voor zich en God voor ons allen.

Naarmate er meer mensen blind en opgesloten worden, veranderen ze in beesten. Een extra reden dus om een goed slot op je voordeur te laten monteren en voldoende proviand in te slaan, mocht het ooit zover komen.

Maar de mooiste en meest realistische quarantaine-roman die ik dezer dagen herlees is toch echt Nemesis (2010) van Philip Roth. Het boek speelt zich af in zijn geboorteplaats Newark tijdens de grote polio-epidemie van de zomer van 1944, als ook op de middelbare school in de Joodse wijk Weequahic leerlingen besmet raken en zelfs aan het virus overlijden.

De jonge Bucky Cantor is er gymnastiekleraar. Op het sportveld speelt hij honkbal met zijn leerlingen. Alsof hij daarmee de epidemie trotseert en de jongens tegen besmetting kan beschermen. Maar op een dag laat hij ze in de steek om naar zijn vriendin Marcia te gaan, die een zomerkamp in de bergen leidt, waar het virus nog niet heerst. Cantor beseft weliswaar dat hij door zijn vertrek zijn jongens verraadt, maar kiest toch voor Marcia en zijn eigen veiligheid. Hij weet dan alleen nog niet dat ook hij op het sportveld in Weequahic is besmet en in het zomerkamp het ene kind na het andere zal aansteken.

Zelf komt Cantor er met een lichte verlamming vanaf. Maar zodra de epidemie voorbij is, trekt hij zich als boetedoening uit het volle leven terug en vervloekt hij God voor al het onheil dat hij over de mensheid heeft uitgestrooid. Nemesis is Philip Roth op zijn best. Lees hem en huiver.

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 28 februari 2020

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in

nrc.next
van 28 februari 2020

Read More

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *